Over identiteit, wording en het loslaten van vaste antwoorden

Moe van het zoeken naar wie ik ben

De laatste tijd merk ik dat ik moe ben. Niet fysiek, maar zoekend naar wie ik ben. Die gedachte bracht me bij het onderwerp identiteit. Want wat is dat eigenlijk, identiteit? En waarom voelt het soms alsof ik iets moet vinden wat steeds net buiten bereik blijft? Volgens veel filosofen en denkers is dat zoeken naar een vaste identiteit gebaseerd op een illusie. Het idee dat er diep vanbinnen een onveranderlijke kern zit, een “authentiek zelf” dat wacht om ontdekt te worden, zou een denkfout zijn. 

Toch twijfel ik. Want ik herken ook momenten waarop iets in mij heel duidelijk voelt als dit klopt. Als er geen authentieke zelf bestaat, wat is dat gevoel dan? En waarom zoeken we er zo hardnekkig naar? In dit artikel probeer ik die vragen niet te beantwoorden, maar serieus te nemen.

Identiteit als optelsom, niet als kern

Identiteit is geen antwoord op de vraag wie ben ik, maar eerder op de vraag hoe ben ik herkenbaar door de tijd heen. Ze ontstaat uit de optelsom van de posities die je inneemt in het leven en de manier waarop je je daartoe verhoudt.

Ik ben bijvoorbeeld dochter, half-Russisch en half-Nederlands, werknemer in het bedrijf van mijn vader, parttime masterstudent, vicevoorzitter van mijn studievereniging en vrijgezel. In elke context wordt een ander deel van mij aangesproken. In de ene context word ik gezien als te lief, in een andere als te kil. Soms als terughoudend, soms juist als te aanwezig. Die oordelen zeggen niet zozeer wie ik ben, maar iets over de situatie, de verwachtingen en de relatie waarin ik me bevind.

Misschien is identiteit niet zozeer iets wat je bént, maar iets wat je voortdurend dóét, en dat zich in verschillende contexten anders laat zien.

Waarom willen we dan zo graag ons “authentieke zelf” vinden?

Als identiteit fluïde is, waarom is de drang om jezelf te vinden dan zo sterk? Die drang komt voort uit een fundamentele menselijke spanning. We willen uniek zijn, ons onderscheiden van anderen, maar tegelijkertijd willen we erbij horen. Deel uitmaken van een groep geeft veiligheid en houvast. Het bespaart ons de moeite om steeds opnieuw te bepalen wie we zijn.

Tegelijk kan die veiligheid verstikkend worden. Want erbij horen betekent ook voldoen aan verwachtingen. Van familie, van een studie, van een organisatie, van de samenleving. Wie zich losmaakt van die kaders, ontkomt er niet aan om na te denken over identiteit. Dat is geen luxe, maar noodzaak.

Wanneer ben je jezelf?

Ik vraag me vaak af: ben ik het dichtst bij mezelf wanneer ik me veilig en comfortabel voel? Zijn dat de momenten waarop mijn “authentieke zelf” zich laat zien — zelfs als dat schuurt met wat de buitenwereld van mij verwacht?

Maar er zijn ook momenten waarop ik me juist níét comfortabel voel. Zoals bij het onder druk verbaal presteren. Toch kies ik er dan voor om door te zetten. Niet omdat het vanzelf gaat, maar omdat ik een identiteit voor ogen heb: een zelfverzekerde, welbespraakte en charismatische Christina voor een publiek.

Die identiteit ontstaat niet door introspectie, maar door handelen. Door ervaring op te doen, door te oefenen, door ongemak te verdragen. Ik word die persoon door te doen wat daarbij hoort.

Identiteit als keuze, niet als ontdekking

Volgens existentialist Jean-Paul Sartre is identiteit in essentie een lege huls. We worden niet geboren met een vast “ik”; we worden wie we zijn door de keuzes die we maken, de woorden die we spreken en de daden die we verrichten. We kunnen niet alles zijn, maar we worden wie we zijn door datgene wat we doen.

Dat inzicht is confronterend, maar ook bevrijdend. Het betekent dat onzekerheid, zoeken en twijfel geen falen zijn, maar onderdeel van beweging.

De “zoekende energie” loslaten

Toch merk ik dat ik de laatste tijd in een zoekende energie zit. En ik voel dat dit me onzeker maakt — en dat die onzekerheid ook zichtbaar wordt voor de buitenwereld. Ik weet dat een zoekende houding niet aantrekkelijk is, en het voelt alsof dat een stukje identiteit is waar ik vanaf wil. Maar hoe doe je dat, als identiteit niet vaststaat?

Misschien door die energie niet te bestrijden, maar haar anders te begrijpen.

Niet als een kenmerk van wie ik ben, maar als een fase van wat ik aan het doen ben. Identiteit is geen bezit, maar een proces. De “zoeker” hoeft niet geëlimineerd te worden; hij hoeft alleen niet het stuur in handen te hebben.

De beweging ontstaat wanneer ik stop met zoeken naar een definitie en begin met handelen vanuit intentie. Niet: wie ben ik? maar: wie wil ik vandaag zijn, en wat vraagt dat van mij.

Wat mij opvalt in onze tijd, is hoe snel zoeken wordt gelezen als onzekerheid, en zekerheid als kracht. Toch zijn filosofen, ook degenen die naar buiten toe een sterke positie innemen, juist zoekers. Geen van hen presenteerde een afgerond zelf. Ze bleven in wording.

De vrijheid van een meervoudige identiteit

Het besef dat identiteit meervoudig en veranderlijk is, werkt bevrijdend. Het betekent dat ik niet gereduceerd hoef te worden tot één label, één rol of één fase. Ik mag verschillende versies van mezelf zijn, afhankelijk van de context, de mensen om me heen en de keuzes die ik maak.

Zoals Sinan Cankaya schrijft: in een wereld die voortdurend aan je trekt en duwt, is het omarmen van je ontelbare identiteiten geen zwakte, maar een vorm van verzet.

Ik weet dus nog niet of ik geloof dat het authentieke zelf een illusie is. Wat ik wel weet, is dat het verlangen ernaar iets wezenlijks blootlegt: een behoefte aan kloppendheid, aan niet voortdurend in strijd zijn met jezelf. Misschien zit de waarheid niet in het vinden van wie ik ben, maar in het serieus nemen van de momenten waarop iets echt voelt — zonder ze meteen vast te willen zetten. Voor nu is dat genoeg: niet een definitie, maar een richting.

Dit artikel is tot stand gekomen vanuit mijn eigen filosofische vragen en reflecties, in dialoog met literatuur, met ondersteuning van taalmodellen als schrijfhulp.

Literatuur

Schuijt, L. (2023). Transklasse: Leven in twee werelden.

Schuijt, L. (2023). Identiteit is een illusie. Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties, 4, 21–27.

Appiah, K. A. (2019). De leugens die ons binden: Een nieuwe kijk op identiteit.

Cankaya, S. (2020). Mijn ontelbare identiteiten.

Sartre, J.-P. (1946). L’existentialisme est un humanisme. Paris: Nagel.

Plaats een reactie